De psychosociale effecten van een lockdown

een hermeneutische beschouwing van een mondiaal virus –

 

In a Dark Time [Theodore Roethke een vooraanstaand Amerikaans dichter, die intens persoonlijke, gevoelige en spirituele poëzie schreef]

 

In a dark time, the eye begins to see,

I meet my shadow in the deepening shade;   

I hear my echo in the echoing wood—

A lord of nature weeping to a tree.

I live between the heron and the wren,   

Beasts of the hill and serpents of the den………………….

 

Ik vond de beginregel: ‘’In a dark time, the eye begins to see” in een favoriet boek van de antropoloog Campbell. De grote man, die belangrijk werk heeft nagelaten over mythen en wat mythen ons kunnen vertellen.

Iets dat in mythen naar voren komt, zo stelt Jopseph Cambell, is bijvoorbeeld dat in het diepst van de afgrond de reddende stem klinkt. Het zwarte ogenblik is het moment dat de echte boodschap van de overgang (metamorfose) gaat komen, op het donkerste moment komt het licht.

[Een voorbeeld daarvan is het Bijbelse verhaal van Jonas in de Walvis. “De buik is de duistere plaats waar de spijsvertering plaatsvindt en nieuwe energie wordt gevormd. Het verhaal van Jonas in de walvis is een voorbeeld van een mythisch thema dat praktisch universeel is, van de held die de buik van een vis ingaat en er tenslotte getransformeerd weer uitkomt. […] Psychologisch stelt de walvis de kracht van het leven voor, opgesloten in het onderbewustzijn. Metaforisch is water het onderbewustzijn en het schepsel in het water is het leven of de energie van het onderbewustzijn, dat de bewuste persoonlijkheid heeft overweldigd en dat van macht ontdaan, overwonnen en beheerst moet worden.”]

 

We hebben een Zwarte Zwaan gespot: het Covid-19 virus, dat waarschijnlijk straks de geschiedenis in zal gaan als de impact van het hoogst onwaarschijnlijke. De Zwarte Zwaan is de titel van een boek van Nassim Nicholas Taleb.

Voor de ontdekking van Australië waren de mensen in de Oude Wereld er van overtuigd dat alle zwanen wit waren. Een Zwarte Zwaan is een zeldzaamheid en heeft grote gevolgen. Taleb’s boek gaat over onze blindheid ten aanzien van toevallige variatie. Binnen de logica van de Zwarte Zwaan is ‘wat je niet weet veel relevanter dan wat je wel weet’.

Bijna alles in onze wereld is te verklaren aan de hand van een klein aantal Zwarte Zwanen: van het succes van ideeën en religies, de dynamiek van historische gebeurtenissen tot elementen in ons persoonlijke leven.

Zo had je in 1914, met de kennis van toen, onmogelijk WO I kunnen voorspellen, idem de opkomst van Hitler, de beurscrash van 1987 en niet 9/11 met de opkomst van het islamitisch fundamentalisme, en dus ook niet de Big Lockdown van 2020, enz.

 

Er is een orkaan die op ons afstormt en we kunnen ons alleen maar staande houden met elkaar. Het coronavirus heeft grote gevolgen en is slechts achteraf (en dus nimmer vooraf) voorspelbaar. We leven momenteel in een veranderlijke tijd die nogal wat van ons vergt. We hebben te horen gekregen dat we allemaal voor geruime tijd een ‘isolated world’ zullen moeten gaan verdragen.

Ons leven is in één klap in een ander perspectief komen te staan. De context is voor iedereen op de wereld veranderd. Er komt een hoos van ellende op ons af, dat maakt angstig en onrustig.

Het is niet alleen maar de sociale en fysieke isolatie die we ondergaan, die is tijdelijk en nog wel te verdragen, vooral met de technologie die ons is gegeven middels bellen, whatsappen, en videochat. Het zijn ook de afschuwelijke beelden van de IC behandeling, het volledig van de buitenwereld afgeschermd worden en alleen maar door verpleegkundigen en artsen behandeld worden in beschermde kledij en maskers op.

Het deed me denken aan de passage in het boek van mijn leermeester Lubbers “De laatste dingen”:

Baby in a buble:

David leefde in een plastic tent in een ziekenhuis in Houston, Texas en leed aan een zeldzame genetische afwijking: de natuurlijke afweermechanismen in zijn lichaam werkten niet, Dat betekende dat hij was overgeleverd aan de invloed van elke infectie die toevallig op zijn weg zou komen. Zijn enige kans op leven had hij in een steriele ruimte: ‘als baby in a buble’.

Vijf jaar lang heeft hij daarin geleefd en vijf jaar lang hebben doktoren gezocht naar wegen om hem daarvan te verlossen. Zelfs de NASA bood hulp aan in de vorm van een ‘kamer’ die aan alle eisen van steriliteit voldeed. Maar ook daarin zou hij een eenzame zijn, een vreemde op deze planeet.

 

Wat doet de coronacrisis met onze mentale gezondheid, en wat doet al die sociale afstand met de mens, opgesloten thuis of in een verpleeghuis?

Niet iedereen wordt depressief van de coronacrisis of krijgt een burn-out, maar we moeten de gevolgen die het virus en de maatregelen ertegen op onze mentale gezondheid niet onderschatten. Uit een enquête [i] die onlangs werd gedaan onder een groep gewone Nederlanders rapporteerden vijfenzestig van de 365 mensen die een formulier invulden, angst- of stressklachten en 50 procent zegt last te hebben van somberheid sinds de komst van het coronavirus.

Dan hebben we ook nog de ‘ongemakkelijke thuissituaties’, die kunnen ontstaan nu iedereen binnen zit. “Het idee van altijd bij elkaar zijn, is leuk als je verliefd bent. Maar de meeste relaties gedijen goed bij een bepaalde mate van afstand. Die is nu heel klein.”

Risico’s momenteel zijn dat spanningen mensen depressief maken en mensen zich terig trekken, of juist hun spanningen afreageren met gevolgen voor agressief gedrag. Je ziet niet voor niets dat tijdens vakanties, als mensen met elkaar in een klein verblijf bivakkeren, ruzies uitvergroot kunnen worden: veel echtscheidingen vinden plaats in de periode vlak na een vakantie.

Sowieso kan het wegvallen van structuur en dagelijkse routine voor problemen zorgen.

Ook het verlies van bestaanszekerheid door de grote economische gevolgen van Corona, of de angst om geïnfecteerd te raken als je tot een risicogroep behoort, kan gevolgen hebben voor de mentale gezondheid.

 

En wat doet een drastische quarantaine met iemand?

Je leven komt in een ander perspectief te staan. Veel studies laten een negatief effect op het psychologische welzijn van mensen zien, zoals een toename aan boosheid, verwarring of symptomen van posttraumatische stress, en/of vervreemding. Hoe langer de quarantaine duurt, hoe groter de inbreuk.

Factoren die tijdens quarantaine voor stress zorgen, zijn bijvoorbeeld: verveling, financieel verlies, stigmatisering door de buitenwereld, verwarrende informatie over wat wel en niet te doen, of over hoe lang de moeilijke situatie duurt. In sommige studies komt naar voren dat quarantaine ook op de langere termijn een negatief effect heeft op de psychische gezondheid.

 

Maar wat doet al die sociale afstand met de mens, opgesloten thuis of in een verpleeghuis, waarbij de eenzaamheid je wellicht aanvliegt? Voor geruime tijd je kleinkinderen niet kunnen knuffelen, niet meer handen schudden, hoe simpel dit ook lijkt, een noodgedwongen celibaat voor vrijgezellen, vrienden en familie slechts digitaal of van geruime afstand begroeten, ze in het verpleeghuis of ziekenhuis niet mogen zien.

 

Tango, tangor, ergo sum. Ik raak aan, ik word aangeraakt, dus ik ben. Zo luidt de variant van de hedendaagse Duitse filosoof Wilhelm Schmid (Philosophie der Lebenskunst) op het cogito ergo sum (ik denk, dus ik ben) van Descartes.

Een woord dat nu vooral populair wordt en opduikt, is ‘huidhonger’, de hunkering naar fysiek contact dat zich uit als een primaire levensbehoefte. De huid, ons grootste zintuig, heeft aanraking als oerbehoefte.

 

Lichamelijk contact, huidcontact, is voor pasgeborenen een eerste levensbehoefte: aanraking behoort tot de basiszorg, net als voeden. Een baby komt, anders dan een dierenjong, behoorlijk hulpeloos ter wereld. Zonder verzorger die hem beschermt, warm houdt en voedt, zou een baby het niet redden. Zijn natuurlijke staat van ‘zijn’ is er een van permanente huidhonger, zou je kunnen zeggen.

 

Omdat het ontzeggen van die behoefte in onderzoekscontext op ethische bezwaren stuit, destilleren we veel kennis uit de bestudering van slachtoffers van ‘natuurlijke experimenten’, zoals kinderen die zijn opgegroeid in weeshuizen met een liefdeloos regime. Dit staat controversieel op een gezonde ontwikkeling!

(In de beginfase van mijn studie kreeg ik de film van Mr en Mrs Robertson, te zien: John, een normale vierjarige jongen, komt in voor een hem vreemde, vijandige wereld terecht, waar de verzorgers (bewust) niet met hem mogen communiceren. Zijn noodtekens worden niet verstaan, hij weet zich vervolgens niet te handhaven en vertoont na één enkele week apathisch, depressief en prepsychotisch gedrag.

 

Wie zich verdiept in aanraking als basisbehoefte stuit ook op enig moment op de discutabele experimenten van de Amerikaan Harry Harlow, uit de jaren vijftig. Harlow scheidde pasgeboren babyresusaapjes van hun moeders. Als alternatief bood hij hen een draadstalen moeder met een flesje melk of een nepmoeder omhuld met een katoenen doek.  De hunkering van de jonge aapjes naar zachte fysieke nabijheid maakte dat ze de melk snel opdronken bij de draadmoeder, om vervolgens in de armen van de zachte maar levenloze doek te kruipen.

 

Behalve lichamelijk contact, vallen in een ‘anderhalvemeterwereld’ sowieso veel prikkels weg: de dagen kennen minder variatie, we verlaten onze huizen minder, zien minder mensen, maken minder mee, in dat opzicht is er bijna sprake van een algehele sensorische deprivatie.

Dan hebben we ook nog de rol van het lichaam in emotieregulatie: onze huid is uitgerust met zenuwcellen die maar één doel hebben: het registreren van zachte aanrakingen.

Al moet daar direct een kanttekening bij worden geplaatst: er bestaan grote verschillen in de behoefte aan aanraking. De ene persoon vindt het fijner dan de ander. Cultuur, opvoeding en ervaringen spelen allemaal een rol. Mensen met ervaring op het gebied van ongewenste aanrakingen kunnen zelfs een afkeer van alle aanrakingen hebben.

Een zachte aanraking veroorzaakt een signaal dat de aanmaak van het hormoon oxytocine stimuleert.

In tijden van stress en angst, zoals nu, is de behoefte aan saamhorigheid en kalmerende zaken zoals zachte aanrakingen groter.

 

Mensen die door het leven gaan zonder wezenlijke sociale contacten ervaren tal van negatieve gezondheidseffecten. In dat opzicht is contact met anderen net als voeding en slaap. Krijg je er onvoldoende van, dan word je ziek.

Een interessante Amerikaanse studie uit 2015 (Psychological Science), en zeer markant in deze tijd van Lock-down, voorziet deze conclusie van een scherp en urgent randje. In het onderzoek werden 404 gezonde volwassenen met een relatie gevraagd hoeveel conflicten ze met elkaar hadden, hoeveel steun ze doorgaans van hun partner ervoeren en hoe vaak ze elkaar omhelsden. De helft van de groep werd vervolgens geïnfecteerd met een verkoudheidsvirus. Wat bleek: de vaker omhelsden werden minder vaak ziek en hadden gemiddeld genomen mildere symptomen.

Stress onderdrukt het immuunsysteem en aanrakingen hebben juist een positief effect op het immuunsysteem. Het vasthouden van een hand of een nekmassage van je partner vlak voor of tijdens een spannende gebeurtenis werkt stressverlagend vanwege de aanmaak van oxytocine.

 

Het idee dat mensen, vooral ouderen, op dit moment sterven zonder de aanwezigheid van naasten, is buitengewoon hartverscheurend. Juist iemands hand in een dergelijke stressvolle situatie kunnen vasthouden, kan uiterst geruststellend en stressverlagend zijn.

De indirecte dreiging van ziekte en dood voor het dodelijk virus treft ons momenteel, maar dus ook de genomen maatregelen van isolatie zijn angst- en stressverhogend.

 

Bij mensen die gezond gehecht zijn, zoals we dat in de ontwikkelingspsychologie noemen (hechting verwijst naar de band die een kind in de eerste levensjaren met ouder(s) of verzorger(s) ontwikkelt) kunnen op zichzelf en anderen vertrouwen.

Wie gezond gehecht is, zoekt bij dreiging nabijheid. Het is nu in deze tijd een pijnlijke paradox dat nabijheid en aanraking taboe is.

Het goede nieuws is natuurlijk dat niet iedereen daar nu in heftige mate onder lijdt, juist ook weer vanwege die veilige hechting. Maar zij die nu sterven zonder dierbaren of zij die op hartverscheurende wijze afscheid moeten nemen zonder een laatste weerzien met een natuurlijke aanraking en/of huid op huid contact, zullen dit als niet plezierig ervaren.

 

En zo kom ik in dit betoog tot mijn slotbeschouwing. Naast de Zwarte Zwaan hebben we ook nog de metafoor van de gele kanarie! Het vogeltje dat gekooid meeging in de mijn, als waarschuwingssysteem voor giftige stoffen. Zodra het vogeltje begon te fluiten en daarna dood neerviel, moesten de mijnwerkers zorgen dat ze zich uit de voeten maakten. De uitdrukking wordt gebezigd om te refereren aan een fenomeen dat ons waarschuwt voor een komende crisis.

Nu lijkt het erop dat de kanarie al op zijn rug ligt, maar deze crisis, die de geschiedenis in zal gaan als ‘de Big Lockdown van 2020’ is wel degelijk een ‘signaaldrager’! Wat is de betekenis en impact van deze crisis en waar maakt ze ons van bewust:

  • de globalisering,
  • het effect op de wereldeconomie,
  • de gevolgen voor het milieu,
  • de tweedeling in de maatschappij van hoog- en laag geschoolden, arm- en rijk, etc.?

Is een correctie op het voortgangsgeloof nu noodzakelijk? Is de huidige crisis een signaal dat er een grens is aan de groei en dienen we deze confrontatie te zien als een ‘wake up call’ om onze leefstijl te veranderen? Gaan we naar een tijd met andere waarden, waarin het meer gaat over solidariteit en gemeenschapszin?

 

We zijn geconfronteerd met de impact van het hoogst onwaarschijnlijke en zullen het ondenkbare, denkbaar moeten maken, zoals Macron het onlangs formuleerde.

 

In a dark time the eye begins to see :

 

Gerard Weststeijn, Doesburg 18 april 2020

[i] Ik volg en citeer een artikel van Rianne Oosterom in Trouw van 20 maart 2020 en Ianthe Sahadat uit de Volkskrant van 17 april 2020 “Waar aanraken niet goed voor is”.

Bronmateriaal overig:

Lubbers: “De laatste dingen”

Taleb: “De Zwarte Zwaan”

Campbell: “Mythen en bewustzijn”

Swaab: “We zijn ons brein”

 

 

Hier kunnen ideeën gedropt worden:

De psychosociale effecten van een lockdown, een hermeneutische beschouwing van een mondiaal virus.